Hoffelijkheidscode voor wielertoerist Vlaanderen

Hoffelijkheidscode voor wielertoerist Vlaanderen



Hoffelijkheidscode voor wielertoerist Vlaanderen

Op 1 augustus 2013 hebben negen verenigingen, waaronder de Wielerbond Vlaanderen, de Vlaamse Wielrijdersbond en de Fietsersbond, een hoffelijkheidscode voor fietsers ondertekend. De hoffelijkheidscode bevat een vijftiental aandachtspunten, die uiteenlopen van het respecteren van de voorrangsregels tot het aanpassen van de fietssnelheid aan de omstandigheden. De hoffelijkheidscode  komt er op initiatief van de minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits en de Vlaamse minister-president Kris Peeters.

 

RibbelstrokenAanleiding tot het opstellen van een hoffelijkheidscode is de commotie die ontstond rond de ribbelstroken op het jaagpad langs de Schelde tussen Zwijnaarde en Oudenaarde. De gewraakte ribbelstroken, die te snel rijdende wielrenners zouden moeten afremmen, stuitte op hier op een hoop kritiek. Dit maakte dat opnieuw moest worden nagedacht over hoe het jaagpad door iedereen op een comfortabele en veilige manier gebruikt zou kunnen worden zonder andere gebruikers te hinderen.

 

De hoffelijkheidscode is ondertekend door de Wielerbond Vlaanderen, de Vlaamse Wielrijdersbond, de Fietsersbond, de waterwegbeheerders Waterwegen en Zeekanaal en De Scheepvaart, het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, de Verenigingen voor Verkeersveiligheid, de Vlaamse Stichting Verkeerskunde en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Kijk op de website www.ikfietshoffelijk.be voor meer informatie of om als lokale fiets- en wielerclubs de code mee te ondertekenen. In de lente van 2014 volgt er nog een sensibilisatiecampagne langs jaagpaden.

De vijftien geboden van de wielertoerist:

1. Ik fiets hoffelijk.

2. Ik heb respect voor andere weggebruikers.

3. Ik volg de verkeersregels.

4. Ik respecteer de voorrangsregels.

5. Ik breng andere weggebruikers niet in gevaar.

6. Als ik andere fietsers, voetgangers, skeelers, joggers, dienstwagens van de waterwegbeheerder,… tegenkom, snij ik hen de weg niet af, maar wacht ik rustig tot ik voorbij kan.

7. Ik laat weten dat ik er aan kom door gebruik te maken van mijn fietsbel.

8. Ik kijk goed en ver voor me uit, zodat ik kan anticiperen op mogelijke hindernissen.

9. Ik hou me aan de maximale snelheid.

10. Ik pas mijn snelheid aan de omstandigheden aan en verhoog het tempo maar wanneer dat veilig kan.

11. Als getraind fietser vermijd ik zoveel mogelijk de tijdstippen waarop tragere weggebruikers op het jaagpad of fietspad onderweg zijn.

12. Ik vertraag en stop als dat nodig is voor de veiligheid van mezelf en van anderen.

13. Ik rij niet in een al te grote groep om andere weggebruikers niet te storen.

14. Ik gebruik in groep nooit de volledige breedte van het jaagpad of fietspad, zodat er altijd voldoende ruimte overblijft voor andere weggebruikers. Met twee naast elkaar rijden is het uitgangspunt.

15. Ik neem de rechterkant van het jaagpad of fietspad, ook in de bochten.